· 

BVNL-kandidaat Linda van Giezen in tranen na ernstige ervaring antisemitisme

Antisemitisme is een gif dat ook Middelburg aanvreet. Een simpele vraag borrelt op: Kunnen Joden nog wel veilig op een terras zitten? 

Foto: Linda Van Giezen. 

Linda van Giezen (nr. 3 op de kieslijst van Belang Van Nederland (BVNL) in Middelburg) en Martin Bos (lijsttrekker BVNL Middelburg) waren onlangs samen in de stad voor de campagne van de aanstaande gemeenteraads-verkiezingen en aansluitend wat winkelen en andere zaken regelen. We wilde de dag gezellig afsluiten met een drankje op het terras, maar dat liep even anders. We werden geconfronteerd met Jodenhaat. Linda van Giezen schreef een column (zie de tekst hieronder) over deze nare ervaring. 

Gezellig dagje in eigen stad
Een dagje gezellig winkelen. Even de stad in, wat dingen regelen. Daarna een glas wijn op mijn vaste plek. De zaak waar ze mijn bestelling al kennen voordat ik iets zeg. Waar ik me thuis voel. Waar ik me altijd veilig waande.Het was zo’n gewone dag. Zo vertrouwd. Zo prettig.Tot het dat niet meer was. Een groepje jongeren kwam het terras op. Luid. Lachend. Vol bravoure. Ze keken rond, bekeken het publiek, zochten een tafel. En toen viel die zin.
“Dit is een Jodenkroeg. Hier gaan we toch niet zitten?” Zo achteloos. Alsof het over het weer ging. Alsof het normaal was.

Meerdere keren de Hitlergroet
Er zit iets in mij dat niet zwijgt. Noem het koppigheid. Noem het waardigheid. Noem het de geschiedenis die door mijn aderen stroomt. Dus ik zei er wat van. Wat ik terugkreeg was geen gesprek. Meerdere keren de Hitlergroet. Openlijk. Zonder schaamte. Met woorden erbij: “Tachtig jaar geleden had je hier ook niet kunnen zitten.”
Tachtig jaar geleden. Mijn familie is afgevoerd. Niet figuurlijk. Letterlijk. Uit hun huizen gehaald. Uit hun leven gerukt. Op transport gezet. Velen werden vermoord. Overlevenden plaatsten later een herdenkingsplaquette, ter nagedachtenis aan alle Joden die zijn weggevoerd. Dat is voor mij geen paragraaf uit een geschiedenisboek. Dat zit in mijn naam. In mijn familie. In mijn bestaan. In mijn DNA. In mijn ziel.

En ja, ik voel de pijn. Want wat daar werd gezegd, ging verder dan een grove opmerking en een obsceen gebaar. De boodschap was helder: het liefst hadden ze mij op de trein gezet. Sterker nog, het liefst hadden ze gehad dat mijn familie het niet had overleefd. Dat ik er niet was. Niet geboren. Niet bestaand. Dat is wat er onder zo’n groet zit. Onder zo’n lach. Onder zo’n zogenaamde grap.

Ik ben derdegeneratie Jodin. Ik heb de oorlog niet meegemaakt. Ik heb de kampen niet gezien. Maar ik draag de echo. In stiltes in familiegeschiedenis. In foto’s waar namen ontbreken. In het diepe besef dat mijn bestaan geen vanzelfsprekendheid is, maar een wonder tegen de bedoeling van haat in. En daar zat ik. In mijn eigen stad. In Middelburg. In Nederland. In 2026. Niet veilig. Dat is misschien nog wel het meest ontwrichtende.
Niet alleen de domheid. Niet alleen de provocatie. Maar het idee dat er mensen rondlopen die vinden dat jij er eigenlijk niet had mogen zijn.

We zeggen zo gemakkelijk: “Dit nooit meer.” Maar “nooit meer” begint niet bij monumenten of toespraken op 4 mei. Het begint in een café. Op straat. Op een terras. Het begint bij jongeren die denken dat dit stoer is. En bij omstanders die zwijgen. Gezellig winkelen in je eigen stad zou geen moed hoeven kosten. Een glas wijn drinken zou geen statement moeten zijn. Joden mogen zijn. Overal. Altijd. Veilig. En toch zat ik later thuis, in tranen. Ontroostbaar. Overmand door rauw antisemitisme. Dit kan niet. Dit mág niet.

Dit is Middelburg. Dit is Nederland. Maar naast de pijn is er ook iets anders.
Trots. Trots dat ik er ben. Trots dat mijn familie, ondanks alles, heeft overleefd. Trots dat haat er niet in is geslaagd ons uit te wissen. Ik ben derdegeneratie Jodin. Ik draag het verdriet, maar ook de veerkracht. Ik draag de littekens, maar ook het leven. Ze kunnen mij proberen klein te maken. Ze kunnen mijn bestaansrecht ter discussie stellen.
Maar mijn bestaan ís het antwoord. Mijn familie is afgevoerd. Ik niet. Ik ben er. Met pijn. Met tranen. Maar met trots en moed.

Reactie schrijven

Commentaren: 0